Vrijheid. Het is de westerse werelds hoogste goed. Ook ik wist het als kind: later zou ik vrij zijn. Hoe meer ik werd kort gehouden thuis, hoe meer ik ernaar verlangde. En hoe harder de pesterijen op school waren, hoe meer ik ook verlangde naar macht, want door controle te krijgen over anderen, was je zelf vrijer.

 

Ik had het allemaal in mijn hoofd, hoe de toekomst eruit zou zien.

Allereerst wou ik geld verdienen, veel geld. Met mijn IQ moest het mogelijk zijn om een goede universitaire scholing te doorlopen. Burgerlijk ingenieur zou geen probleem mogen vormen, en dat is nog altijd een ticketje naar het grote geld (als je tenminste bereid ben véél uren te draaien). Onder geen beding zou ik onder doen voor de grote rijkdom van mijn ouders.

Als tweede wou ik macht (om bovengenoemde reden). Een hoge functie in een bedrijf lag binnen de burgerlijk ingenieur plannen, maar liever toch nog iets meer macht. Politiek sprak me aan, en met mijn ervaring in het scholierenparlement (het huidige Kras) zag ik ook daar een opening.

Daarnaast graag ook nog veel aanzien. Dat verkrijg je niet alleen door veel geld te verdienen, of veel macht te hebben, maar ook door mensen het ‘wauw’ gevoel te geven als je zegt wat je beroep is. Werken voor de VN, liefst in een zéér hoge functie, en oorlogsjournalistiek bleken hiervoor de optie. Raar hoe als kind alles mogelijk lijkt.

 

Maar daarbij stopte het niet. Neem nu een relatie. Ik wou graag een relatie, maar dan wel één op mijn voorwaarde. Ik wou veel reizen, en niet vast zitten aan een man. Dat zou mijn carrière enkel in de weg staan. Kinderen leken me helemaal een te grote belemmering, tenzij de man ervoor thuis wou blijven. Alles was mogelijk, als ik maar zo vrij als een vogel zou blijven. Een leven van trekken, van hotel naar hotel, van conferentie naar conferentie, en van de ene actie naar de andere. Dat was mijn droom.

 

Ik vertrok op mijn 17e naar de universiteit. Ik ging pendelen vanuit Antwerpen naar Brussel, voor een studie communicatiewetenschappen. Oorlogsjournalistiek lag het meest in het verlengde van mijn droom voor een rechtvaardige wereld, zonder met mijn ambities te botsen.

Daar echter bleek de studie niet mijn ding te zijn. De vluchtelingen die op de campus wilden verblijven waren dat wel, en lange tijd heb ik met hen meegevochten (zie vorige post). Na een semester van gemiddeld vier uur slaap per nacht, en hopen koffie, deed ik mijn examens, met nauwelijks voorbereiding (je cursus bekijken op de trein naar je examen kan je niet echt studeren noemen). Maar tot mijn verbazing was ik erdoor, op alle vakken. De bekendheid die ik had gekregen door actie te voeren, samen met de kunst je overal uit te praten, hadden me met de hakken over de sloot geholpen. Slechts één vak had ik altijd gevolgd, en een beetje voorbereid, filosofie. Met een 18, complimenten van de desbetreffende prof en de vraag of ik niet naar zijn richting wou overstappen, was mijn eer gered. Ik had geproefd van vrijheid, van mensen die naar mij luisterden, van mijn grote droom.

 

Maar de studie viel tegen, en ondanks mijn liefde voor de filosofie, ben ik aan burgerlijk ingenieur begonnen. Met filosofie kan je namelijk noch geld, noch macht, noch aanzien verwerven. Ik ging terug bij mijn ouders wonen (in Brussel sliep ik bij de vluchtelingen), en recupereerde van mijn maanden slaapgebrek. Ik denk dat ik redelijk onmogelijk geweest moet zijn, want alles waar ik aan kon denken was daar weg geraken, terug mijn vrijheid hebben. Een tocht van drie weken met de Bouworde naar Polen was voor mij de volgende stap naar echte vrijheid. Pas mijn relatie van bijna zeven jaar verbroken, ouders die absoluut woest waren dat ik naar de andere kant van Europa trok, en door mijn overhaast vertrek (ik moest en zou onmiddellijk vertrekken) ook nog eens op mijn eentje in een bus waar niemand Nederlands of Engels sprak, op weg naar een plaats waarvan ik niet eens zeker wist dat iemand me opwachtte.

Daar, met het gevoel totaal alleen te zijn, enkel op mezelf te kunnen rekenen en de wetenschap dat als ik verdween het weken kon duren voordat iemand me zou missen, leerde ik de keerzijde van vrijheid kennen.

 

Maar de andere optie, wonen bij mijn ouders, werd door het proeven van de vrijheid nog onmogelijker, en bij mijn terugkomst ben ik dan ook haast onmiddellijk weggelopen. Een paar weken in een appartement van een tante dat leeg stond, daarna op kot. Ik kreeg terug vrienden, de relatie met mijn ex verbeterde tot voorzichtige vriendschap en de eenzaamheid verdween naar de achtergrond.

 

En toen, half in slaap, hoorde ik een zin in een liedje op de radio, die me ineens terug klaarwakker maakte. Het sloeg bij me in als een bliksem bij heldere hemel. Uren heb ik voor me uit liggen staren. Want Roger Miller’s woorden waren precies enkel voor mij bedoeld:

 

‘Freedom is just another word for nothing left to lose’.*

 

Was de vrijheid waar ik zo wanhopig naar op zoek was inderdaad een synoniem voor niks meer hebben dat je kan verliezen? Ik begon de zin toe te passen op mijn leven, en moest de zanger gelijk geven: in mijn poging om onafhankelijk te zijn, had ik elke relatie met diepgang uit mijn leven geband, elk risico op gekwetst worden vermeden, en daarmee ook elke kans op geluk. Ik had gekozen voor een studierichting die me onafhankelijk zou maken van iedereen doordat ik er veel geld mee zou kunnen verdienen, en had daarvoor mijn echte passie, de filosofie, laten vallen. Meer dan dat, ik had er zelfs geen moment bij stilgestaan dat het ook anders kon.

 

Het is uiteindelijk mijn ziekte (ik heb drie jaar niks kunnen doen, zie vorige post), die me de moed heeft gegeven om het roer om te gooien. Want ik heb gemerkt dat je afhankelijk bent van anderen als het eens tegen zit, en dat dat absoluut niet het eind van de wereld is als je die ander vertrouwd en liefhebt. Het grote geld verdienen kan ik met mijn 16 uur slaap per dag vergeten, en nu doe ik wat als kind mijn grootste angst was, ik leef op kosten van mijn partner. De aanzien die je krijgt door een hoog diploma, de ‘ir.’ voor je naam, heb ik ingeruild voor vreemde blikken als je verteld dat je filosofie studeert. Macht zal ik wel nooit hebben, veel reizen zit er niet meer in door de vele therapieën, en secretaris-generaal van de VN zal ik ook nooit worden, maar ik heb er zoveel voor in de plaats gekregen.

 

Ik heb een plaats waar ik kan thuiskomen, een partner die om me geeft, en een bezigheid waar ik door gepassioneerd ben. Vrij ben ik niet meer, gelukkig des te meer. Want ik heb nu dingen die de moeite waard zijn om voor te vechten, en die ik nooit zou willen verliezen.

 

 

*Vertaling: Vrijheid is gewoon een manier van zeggen dat je niks meer hebt om te verliezen