Ethiek van het leven

To content | To menu | To search

Saturday 24 January 2009

Of het doel de middelen heiligt

Op de vraag of het doel de middelen heiligt, zullen veel mensen geneigd zijn een categorisch ‘neen’ te antwoorden. Folteren om de mensenrechten in Irak te herstellen, wat we gezien hebben onder Bush, is één van de vele voorbeelden die deze stelling lijken te onderschrijven. Maar zoals de logica voorschrijft, geldt ook hier dat een voorbeeld nog geen stelling bewijst. Een tegenvoorbeeld daarentegen bewijst wel dat de stelling niet algemeen geldig is.

 

Een van de dilemma’s die in deze tijd actueel zijn, gaat over of iemand een terrorist is, dan wel een vrijheidsstrijder. Waar we voor sommige strijders (ik gebruik dit woord hier neutraal, gelieve zelf te kijken onder welke categorie u hen klasseert, en dan ook ineens waarom) nog een bepaalde sympathie kunnen voelen, zoals de Tsjetsjenen of de Palestijnen, ligt het bij andere iets moeilijker. Neemt u nu Al Qaida, of de Taliban.

 

Een voorbeeld waar ik mee geconfronteerd werd, was de verzetsachtergrond van mijn grootvader. Als held gedecoreerd, kon hij met passie vertellen over zijn tijd als jonge man, toen hij met gevaar voor eigen leven het de Duitsers tot een kleine hel probeerde te maken. Het opblazen van een politiekantoor, het ontmaskeren van een mogelijke spion – u kunt wel raden wat er met de man in kwestie is gebeurd-, het klonk allemaal als heldendaden in de mijn oren als klein meisje. Maar toen ik ouder werd, stelde ik me meer vragen. Wie gaf hem het recht aanklager, rechter en beul te spelen? De soldaten in dat politiekantoor waren opgeroepen door Hitler, en hadden waarschijnlijk geen andere keus gehad dan hun dienstplicht te vervullen. Misschien waren het doodnormale jonge mannen, die veel liever gewoon thuis hadden gezeten.

Later leerde ik mijn grootvader beter kennen als een gedreven en gepassioneerde zakenman, die communicatieapparatuur verkocht aan ontwikkelingslanden. Een nobel streven, gericht op het verbeteren van het welzijn van de plaatselijke bevolking. Want wat heb je aan een hospitaal als je de ziekenwagen niet kan oproepen, of aan een informatiepunt als niemand wist dat het er was? Maar ook hier zag ik het kantje dat hem als jonge man zo’n succesvolle strijder had gemaakt: geen enkele scrupules om in zee te gaan met dictators, het verwaarlozen van vrouw en gezin (emotioneel en financieel) als hij weer is vier maanden naar Afrika ging, en zonder moeite kiezen voor een goedkope arbeidskracht boven de vriend die samen met hem de zaak had groot gemaakt.

Zie hem echter niet verkeerderlijk als een koude berekende man, het was juist zijn passie voor zijn werk die hem die beslissingen deed maken.

 

Ik had het er zeer moeilijk mee, en vond zijn keuzes dan ook verkeerd. Hoe nobel het doel ook is, het geeft je geen vrijgeleide om alle middelen aan te wenden. Of toch?

 

Stelt u zich het probleem wat dichter bij uzelf voor. Een geliefde is dodelijk ziek, en kan alleen gered worden door een transplantatie. Maar het orgaan in kwestie is niet beschikbaar, en de wachtlijst is zo lang, dat u hem of haar zeker zal verliezen voor het orgaan er is. Zou u het orgaan op de zwarte mart kopen, in de wetenschap dat er misschien iemand voor vermoord is? En zou u het geld voor de levensreddende operatie, als u zelf geen enkele manier had om het bij elkaar te krijgen, iemand anders met geweld of bedrog afhandig maken? Ik durf eerlijk te zeggen dat het geen absolute neen is in mijn geval.

 

Ik besef wel dat dit een extreem voorbeeld is, maar mijn geliefde is voor mij waarschijnlijk even belangrijk als Allah’s wet voor een Talibanstrijder, en als ik in de ogen van mijn grootvader keek las ik daar dat zijn zaak voor hem veel belangrijker was dan wie dan ook. En als ik niet met mijn hand op mijn hart durf te beweren dat ik niet al mijn principes opzij zou zetten voor mijn mans leven, wie ben ik dan om te beweren dat iemand anders geen ander doel kan hebben dat voor hem de middelen heiligt? Kunt u met eerlijkheid zeggen dat er niets of niemand belangrijk genoeg is om te zondigen tegen u principes? En indien niet, is het dan nog wel correct om te zeggen dat het doel de middelen nooit heiligt…

Monday 19 January 2009

Wat een trauma zo traumatisch maakt

Een traumatische ervaring kan je leven grondig overhoop halen. Je verliest je basisvertrouwen, krijgt fysieke klachten en kan niet meer normaal functioneren. Bij confrontatie met de herinnering kan je zelfs elke grip op de realiteit verliezen, beginnen te dissociëren (soort van hallucinatie waarbij je terugkeert naar het moment van het trauma) of gaat in shock.


Maar wat is het nu dat een trauma zo traumatisch maakt? Ik denk hier twee soort trauma’s te kunnen onderscheiden, namelijk de fysieke en de mentale. Bij de fysieke wordt je lichamelijke integriteit geschonden, door bijvoorbeeld een overval met geweld, een ongeval of een brand. Je grenzen zijn overschreden, en een aantal zekerheden en evidenties vallen weg. Dit zorgt voor een constante angst die zich in je leven nestelt.

Aan de andere kant hebben we mentale trauma’s. Hier worden je emotionele grenzen genegeerd. Ik denk hier bijvoorbeeld aan een kind dat seksuele handeling moet verrichten bij een volwassene, een moeder die een kind verliest of het zicht van een mens die voor je ogen wordt vermoord. De impact van een mentaal trauma is gelijkaardig met dat van een fysiek, de gevolgen even desastreus.


Maar de oorsprong is wel degelijk anders. Laten we onze voorbeelden even in een andere context plaatsen.

In de oudheid was het bij de Romeinen gebruikelijk om een meisje vanaf haar eerst menstruatie, zeg tussen de negen en twaalf jaar oud, uit te huwelijken aan een volwassen man van een jaar of veertig, Vele van de latere keizers hadden peuters rond zich verzameld die hen seksueel moesten bevredigen. Pedofilie was even normaal als monogamie vandaag.

Voor de rest was het in die dagen zelfs zo gebruikelijk om je mannelijke baby’s te doden als je al een opvolger had - zodat je vermogen na je dood niet gesplitst moest worden- dat er wetten moesten worden uitgevaardigd om ervoor te zorgen dat er nog genoeg mannelijke burgers zouden blijven. Maar ook in deze tijd is het in sommige landen zoals China niet ongebruikelijk de –dit keer vrouwelijke- baby’s te verdrinken, om geen bruidschat te moeten betalen als ze volwassen zijn.

Als laatste voorbeeld had ik het voor je ogen zien vermoorden van een mens genomen. Ik denk dat vele onder u heel wat nachtjes slaap zouden laten, zo niet erger, als ze zien hoe iemand die smeekt voor zijn leven onthoofd wordt, of happend naar lucht wordt opgehangen tot de dood erop volgt. Toch was dit vroeger de gebruikelijke manier van het zich ontdoen van zware misdadigers, en werd het algemeen als een vorm van vermaak gezien om er naar te gaan kijken.

 

Waren al deze mensen in die tijd nu getraumatiseerd? Het lijkt me sterk, zo niet onjuist, om te stellen dat alle vrouwen in de Romeinse tijd, alle moeders in China en alle bezoekers van executies doorheen de geschiedenis dit als een trauma met zich meesleepten. Zonder aan de ernst van een trauma van mensen die hier en nu zoiets meemaken te willen twijfelen, denk ik dat er andere oorzaken zijn waarom een mentaal trauma zo verschrikkelijk is dan gewoon de daden zelf.


Ik heb al vermeld dat ik denk dat wat een mentaal trauma zo erg maakt, het overschrijden van je emotionele grenzen is. Maar waar die liggen wordt door je opvoeding en je ervaringen bepaald. Leert men je dat het gebruikelijk is je kind te doden als het van het verkeerde geslacht is, iemand te zien gedood worden of als jong meisje seksuele handelingen te moeten verrichten, kan het zijn dat je dit ook zo gaat opnemen. Je emotionele grenzen worden met andere woorden niet overschreden, omdat ze gewoon ergens anders liggen. Je zult het misschien niet leuk vinden, maar je stelt er je geen vragen bij. Het hoort nu eenmaal zo.

Deze dingen waren niks om je over te schamen, je was er zo mee opgegroeid. Niemand bekeek je vreemd, en er was geen reden om jezelf vreemd te bekijken doordat het je overkwam. Wat nu als de ergste misdaden gezien wordt, was daar en toe doodnormaal.

 

Is dit nu een pleidooi voor kindermoord, pedofilie en openbare executies? Nee natuurlijk niet. Want zulke ervaringen zijn hier en nu zeer traumatiserend. Ze zijn weliswaar pas erg als jij het zo aanvoelt, maar we moeten er wel degelijk rekening mee houden dat of je dit zo aanvoelt niet bepaald wordt door jezelf, maar door de plaats, tijd en context.

Ze kunnen absoluut niet door de beugel omdat ze een trauma veroorzaken, maar ik denk dat ze dit trauma slechts veroorzaken doordat ze absoluut niet door de beugel kunnen.

Thursday 15 January 2009

De keerzijde van vrijheid

Vrijheid. Het is de westerse werelds hoogste goed. Ook ik wist het als kind: later zou ik vrij zijn. Hoe meer ik werd kort gehouden thuis, hoe meer ik ernaar verlangde. En hoe harder de pesterijen op school waren, hoe meer ik ook verlangde naar macht, want door controle te krijgen over anderen, was je zelf vrijer.

 

Ik had het allemaal in mijn hoofd, hoe de toekomst eruit zou zien.

Allereerst wou ik geld verdienen, veel geld. Met mijn IQ moest het mogelijk zijn om een goede universitaire scholing te doorlopen. Burgerlijk ingenieur zou geen probleem mogen vormen, en dat is nog altijd een ticketje naar het grote geld (als je tenminste bereid ben véél uren te draaien). Onder geen beding zou ik onder doen voor de grote rijkdom van mijn ouders.

Als tweede wou ik macht (om bovengenoemde reden). Een hoge functie in een bedrijf lag binnen de burgerlijk ingenieur plannen, maar liever toch nog iets meer macht. Politiek sprak me aan, en met mijn ervaring in het scholierenparlement (het huidige Kras) zag ik ook daar een opening.

Daarnaast graag ook nog veel aanzien. Dat verkrijg je niet alleen door veel geld te verdienen, of veel macht te hebben, maar ook door mensen het ‘wauw’ gevoel te geven als je zegt wat je beroep is. Werken voor de VN, liefst in een zéér hoge functie, en oorlogsjournalistiek bleken hiervoor de optie. Raar hoe als kind alles mogelijk lijkt.

 

Maar daarbij stopte het niet. Neem nu een relatie. Ik wou graag een relatie, maar dan wel één op mijn voorwaarde. Ik wou veel reizen, en niet vast zitten aan een man. Dat zou mijn carrière enkel in de weg staan. Kinderen leken me helemaal een te grote belemmering, tenzij de man ervoor thuis wou blijven. Alles was mogelijk, als ik maar zo vrij als een vogel zou blijven. Een leven van trekken, van hotel naar hotel, van conferentie naar conferentie, en van de ene actie naar de andere. Dat was mijn droom.

 

Ik vertrok op mijn 17e naar de universiteit. Ik ging pendelen vanuit Antwerpen naar Brussel, voor een studie communicatiewetenschappen. Oorlogsjournalistiek lag het meest in het verlengde van mijn droom voor een rechtvaardige wereld, zonder met mijn ambities te botsen.

Daar echter bleek de studie niet mijn ding te zijn. De vluchtelingen die op de campus wilden verblijven waren dat wel, en lange tijd heb ik met hen meegevochten (zie vorige post). Na een semester van gemiddeld vier uur slaap per nacht, en hopen koffie, deed ik mijn examens, met nauwelijks voorbereiding (je cursus bekijken op de trein naar je examen kan je niet echt studeren noemen). Maar tot mijn verbazing was ik erdoor, op alle vakken. De bekendheid die ik had gekregen door actie te voeren, samen met de kunst je overal uit te praten, hadden me met de hakken over de sloot geholpen. Slechts één vak had ik altijd gevolgd, en een beetje voorbereid, filosofie. Met een 18, complimenten van de desbetreffende prof en de vraag of ik niet naar zijn richting wou overstappen, was mijn eer gered. Ik had geproefd van vrijheid, van mensen die naar mij luisterden, van mijn grote droom.

 

Maar de studie viel tegen, en ondanks mijn liefde voor de filosofie, ben ik aan burgerlijk ingenieur begonnen. Met filosofie kan je namelijk noch geld, noch macht, noch aanzien verwerven. Ik ging terug bij mijn ouders wonen (in Brussel sliep ik bij de vluchtelingen), en recupereerde van mijn maanden slaapgebrek. Ik denk dat ik redelijk onmogelijk geweest moet zijn, want alles waar ik aan kon denken was daar weg geraken, terug mijn vrijheid hebben. Een tocht van drie weken met de Bouworde naar Polen was voor mij de volgende stap naar echte vrijheid. Pas mijn relatie van bijna zeven jaar verbroken, ouders die absoluut woest waren dat ik naar de andere kant van Europa trok, en door mijn overhaast vertrek (ik moest en zou onmiddellijk vertrekken) ook nog eens op mijn eentje in een bus waar niemand Nederlands of Engels sprak, op weg naar een plaats waarvan ik niet eens zeker wist dat iemand me opwachtte.

Daar, met het gevoel totaal alleen te zijn, enkel op mezelf te kunnen rekenen en de wetenschap dat als ik verdween het weken kon duren voordat iemand me zou missen, leerde ik de keerzijde van vrijheid kennen.

 

Maar de andere optie, wonen bij mijn ouders, werd door het proeven van de vrijheid nog onmogelijker, en bij mijn terugkomst ben ik dan ook haast onmiddellijk weggelopen. Een paar weken in een appartement van een tante dat leeg stond, daarna op kot. Ik kreeg terug vrienden, de relatie met mijn ex verbeterde tot voorzichtige vriendschap en de eenzaamheid verdween naar de achtergrond.

 

En toen, half in slaap, hoorde ik een zin in een liedje op de radio, die me ineens terug klaarwakker maakte. Het sloeg bij me in als een bliksem bij heldere hemel. Uren heb ik voor me uit liggen staren. Want Roger Miller’s woorden waren precies enkel voor mij bedoeld:

 

‘Freedom is just another word for nothing left to lose’.*

 

Was de vrijheid waar ik zo wanhopig naar op zoek was inderdaad een synoniem voor niks meer hebben dat je kan verliezen? Ik begon de zin toe te passen op mijn leven, en moest de zanger gelijk geven: in mijn poging om onafhankelijk te zijn, had ik elke relatie met diepgang uit mijn leven geband, elk risico op gekwetst worden vermeden, en daarmee ook elke kans op geluk. Ik had gekozen voor een studierichting die me onafhankelijk zou maken van iedereen doordat ik er veel geld mee zou kunnen verdienen, en had daarvoor mijn echte passie, de filosofie, laten vallen. Meer dan dat, ik had er zelfs geen moment bij stilgestaan dat het ook anders kon.

 

Het is uiteindelijk mijn ziekte (ik heb drie jaar niks kunnen doen, zie vorige post), die me de moed heeft gegeven om het roer om te gooien. Want ik heb gemerkt dat je afhankelijk bent van anderen als het eens tegen zit, en dat dat absoluut niet het eind van de wereld is als je die ander vertrouwd en liefhebt. Het grote geld verdienen kan ik met mijn 16 uur slaap per dag vergeten, en nu doe ik wat als kind mijn grootste angst was, ik leef op kosten van mijn partner. De aanzien die je krijgt door een hoog diploma, de ‘ir.’ voor je naam, heb ik ingeruild voor vreemde blikken als je verteld dat je filosofie studeert. Macht zal ik wel nooit hebben, veel reizen zit er niet meer in door de vele therapieën, en secretaris-generaal van de VN zal ik ook nooit worden, maar ik heb er zoveel voor in de plaats gekregen.

 

Ik heb een plaats waar ik kan thuiskomen, een partner die om me geeft, en een bezigheid waar ik door gepassioneerd ben. Vrij ben ik niet meer, gelukkig des te meer. Want ik heb nu dingen die de moeite waard zijn om voor te vechten, en die ik nooit zou willen verliezen.

 

 

*Vertaling: Vrijheid is gewoon een manier van zeggen dat je niks meer hebt om te verliezen

 

- page 2 of 8 -