Onze kat is verdwenen. Het kleine kittentje van twee jaar geleden, dat ik toen zag als indringer in mijn enige veilige schuilplaats, had doorheen de jaren mijn hart gewonnen. En dat van onze hond. Samen spelen, samen eten, samen slapen in dezelfde mand. En vechten voor het beste plekje voor de kachel. En ondanks het feit dat ik allergisch ben voor katten, kon ze me toch vertederen door op bed te kruipen. (allergieaanval, here we come). Maar ineens komt ze niet meer thuis.

Een zwarte kat, op de hoek van twee drukke wegen, het is vragen om problemen. Maar onze Gauch ging nooit van de daken af. Dat wisten we, omdat ze nooit een teek mee naar huis nam. Terwijl de hond er in het tekenseizoen elke dag binnenbracht. Dus waarom komt ze dan niet naar huis?

Je doet het standaard, een beetje wachten, wat ongeruster worden, nog wat wachten en roepen, nu té ongerust worden, en dan ga je zoeken. Je belt aan bij de buren, en ineens lopen er vijf chinezen op het dak die geen woorden Nederlands spreken, maar wel allemaal je kat aan het zoeken zijn. Een paar huizen verder klimt er een Marokkaan via een piepklein raampje op zijn dak. Een levensgevaarlijk manoeuvre, hij had diep naar beneden kunnen vallen. Maar alles voor de kat. Sommige mensen laten je zoeken, andere kijken je aan van ‘het is maar een kat’. Maar over het algemeen zijn ze heel vriendelijk.

Maar dan, na het bellen aan de deuren, het telefoneren naar politie, dierenambulance, dierenartsen en asielen, en dan nog flyeren en posters ophangen, dan ineens valt de wereld stil. De stress die door je lichaam gierde, zakt. En je beseft dat je kapot bent. Je denkt, ik heb alles gedaan wat ik kon, en je legt je ergens neer bij de gedachte dat je ze misschien nooit meer terugziet. Je vindt wat rust.

Tot een goede vriend met een idee komt. Misschien zit ze nog ergens gewond in een tuin, verstopt. Een artikel over ‘the silence reflex’ staaft zijn theorie. Katten die gewond of heel bang zijn, zullen niet antwoorden als je roept, maar stilletjes blijven liggen. Ineens kan je terug alle huizen af, in een stad als Leuven zijn dat er wel wat, alle tuinen doorspitten, elk park nog eens doorzoeken. En je beseft, neen. Genoeg.

Hou ik niet genoeg van mijn kat, ben ik egoïstisch? Misschien, ik weet het niet. Maar ergens moet ik doorgaan. Het wachten maakt je langzaam kapot vanbinnen, en een wilde klopjacht, die geen echt einde kent, met weinig kans op slagen, is er teveel aan. Het spijt me, kleine poes, dat ik niet de energie heb om je nog verder te komen zoeken. Misschien zit je ergens te wachten, misschien ben je dood, misschien heb je een nieuwe thuis gevonden. Je bent hier altijd welkom, de deur staat open en het eten klaar, de hond zoekt je nog elke keer. Ik mis je, maar ben op. Ik kan niet meer bij elk geluidje opveren, denkende dat ik kattenpootjes hoor. Sorry, Gauch. Het gaat je goed, ik hoop dat ik je nog zie, en dat je me kan vergeven dat ik de hoop wat heb opgegeven om mezelf af te schermen. Ik hou daarom zeker niet minder van je. Het ga je goed.

UPDATE (2008-12-03, 23:43)

Ik kon het niet. Ik ben haar opnieuw gaan zoeken. Om drie uur 's nachts langs de straten gaan roepen, de buren zullen wel niet blij geweest zijn. Maar ze gaf antwoord. En al was ik te uitgeput en te 'op' om daken en koeren te gaan doorzoeken, ik heb de coordinaten van het kattengejank doorgegeven aan mij ventje en een vriend. De volgende dag is het hen gelukt het beestje, dat vast zat op een dak van een leegstaand huis, naar huis te brengen. De kat heeft geleerd daar weg te blijven, en ik heb geleerd, als je zelf niet meer kan, plaats dan je vertourwen in diegene die je het liefst zijn. Want je doet nu eenmaal niet alles altijd zelf het beste. Dank je, 'torretje' en 'bunny', om Gauch veilig thuis te brengen. Ook vanwege het zwarte bolletje dat nu ligt te ronken in de zetel voor de kachel.