Ethiek van het leven

To content | To menu | To search

Gastschrijvers

Entries feed - Comments feed

Wednesday 14 January 2009

De gruwel van de uitzichtloosheid, door F. Vanaerschot

Onderstaande tekst heb ik doorgestuurd gekregen door Frank Vanaerschot, een politieke wetenschappen student aan de Vrije Universiteit Brussel, die ook schrijft voor de Moeial, het studentenblad. Ik was immens onder de indruk van het feit dat hij het conflict in de Gazastrook niet ziet door de bril van de 'slechte Israeli's die allemaal burgers vermoorden' noch vanuit het standpunt van 'die Hamas terroristen, waar de wereld beter vanaf zou zijn'. Een evenwichtige tekst, met oog voor beide partijen hun sterke kanten en tekortkomingen is in deze oorlog zeldzaam, en ik wil het u zeker niet onthouden:

Beste lezer(es), 

Jammer genoeg zal het onderwerp waar we het over gaan hebben (aansnijden,.. anders herhaling) niet al te veel rooskleurige perspectieven bieden. Ik wil het namelijk hebben over de uitzichtloosheid van het conflict in Israël/Palestina, een conflict waar alweer een nog tragischer hoofdstuk aan toegevoegd wordt.  

De uitzichtloosheid van dit conflict ligt hem erin dat de invloedrijkste actoren zich verder dan ooit bevinden van een constructieve oplossing naar een vredevolle situatie, waar zowel de Palestijnen als de Israëliërs zich op een of andere manier in kunnen vinden.

De oorlog die even voor Kerstmis van start ging, begon volgens Israël toen de Hamas eenzijdig het staakt het vuren ophief en geïmproviseerde raketten lanceerde richting Israël. De reactie van het Israëlische leger was en is zeer hard. Ze begon met een zevental dagen van luchtbombardementen, gevolgd door een grondoffensief. Een week later zijn er reeds meer dan 500 doden gevallen in Palestina, waaronder veel weerloze burgers. Aan Israëlische zijde zijn er om en bij de 5 doden gevallen. Israël wordt er dan ook van verweten buitenproportioneel geweld te gebruiken. 

Indien we naar de Palestijnse zijde van het conflict kijken, kunnen we ons ernstige vragen stellen bij de  tactieken van Hamas zoals de raketten die ze naar Israël schieten. Volgens Israëlische bronnen zouden ze zich nu verschuilen in dichtbevolkte plaatsen en ziekenhuizen. Natuurlijk heeft Hamas zijn eigen agenda en proberen zij met hun harde optreden de steun van de Palestijnen te verkrijgen en deze van de Fatah en zijn president zonder staat Abbas te verkleinen. Langs de andere kant zou men in de Westerse media en diplomatieke kringen moeten erkennen dat het argument dat Hamas gebruikte om het staakt het vuren op te heffen – al was het een slechte beslissing aangezien de Palestijnse bevolking hier niets bij te winnen heeft – een rake bal sloeg. Zij zeiden het op te heffen omdat het in wezen toch niet gerespecteerd werd door Israël. Israël had de Gazastrook reeds vaak afgesloten van humanitaire hulp, brandstof en voedsel en ook het leger kwam enkele malen in de Gazastrook en doodde enkele mensen. Het staakt-het-vuren werd dus al niet meer gerespecteerd op het moment dat Hamas het formeel ophief. 

Dan is er natuurlijk ook de Israëlische kant van de huidige escalering van het conflict. De eerste, meest directe reden is een reactie op de opheffing van het staakt-het-vuren door Hamas dat ze zelf niet respecteerden. Nu willen ze de wortels van dit probleem aanpakken en Hamas volledig  uitroeien. Waarschijnlijk zou Palestijnen substantiële perspectieven bieden veel schadelijker zijn voor extremistische bewegingen die kleine raketjes gooien of zelfmoordaanslagen plegen dan de bevolking die hen verkozen heeft te bombarderen. Daarnaast zijn er interne politieke beweegredenen. Tipiz Livni wil graag premier worden na de verkiezingen die in februari vervroegd gehouden worden omdat huidig premier Olmert in opspraak is gekomen vanwege een coruptieschandaal. Toen dit schandaal uitkwam, kreeg Livni reeds de kans om een nieuwe regering te vormen waarin zij premier zou worden, maar deze poging mislukte. Nu vreest haar partij Kadima de conservatieve oppositie van onder andere Likud die de regerende coalitie verwijt niet hard genoeg op te treden. Met andere woorden, deze militaire actie maakt deel uit van de verkiezingscampagne van 'progressieve' Israëlische politici om hun havik-kwaliteiten aan de Israëlische kiezer te tonen.

Een ander belangrijk feit is dat aan deze militaire actie een maandenlange planning vooraf is gegaan. We kunnen dus niet uitsluiten dat de 'prikken' die Israël uitdeelde gedurende de laatste maanden als doel hadden een opheffing van het staakt-het-vuren uit te lokken aan de kant van de Palestijnen. Dat aan dit conflict een minutieuze planning is voorafgegaan en dat het zeker niet om een loutere vergelding van de bombardementen gaat, valt op te maken uit het feit dat Israël er geen doekjes om wond en bij het begin van de militaire actie meedeelde dat die minstens enkele weken zou duren en ze de Gazastrook hermetisch afgesloten hebben: een corridor van twee kilometer eromheen waar slechts sporadisch humanitaire hulp doorkomt (die ook niet veilig is voor Israëlische bombardementen) en zeker geen journalisten. Hierdoor tracht Israël de controle te bewaren over hun imago in de berichtgeving omtrent dit conflict en te voorkomen dat de wereld bijvoorbeeld beelden te zien krijgt van bombardementen op volkswijken waarbij massaal kinderen sterven en gewond raken. Het feit dat er geen journalisten binnengelaten worden, is een reden om wantrouwig te zijn over de informatie die het Israëlische leger zelf verspreidt.

En dat er hiervoor ernstige redenen zijn werd duidelijk toen de Israëlische krant Haaretz  melding maakte van het gebruik van fosforbommen in de Gazastrook. Deze mogen volgens de Conventie van Genève enkel gebruikt worden om een rookgordijn op te trekken en dus niet om rechtstreeks slachtoffers mee te maken. Indien zou blijken dat het Israëlische leger fosforbommen heeft gebruikt in bewoonde gebieden, zouden de verantwoordelijken voor deze bombardementen in Den Haag aangeklaagd moeten worden wegens oorlogsmisdaden. Dit is natuurlijk niet vanzelfsprekend om na te gaan nu het leger de Gazastrook hermetisch heeft afgesloten.   

Het uitzichtloze aspect van deze oorlog en het hele conflict dat reeds 60 jaar duurt, ligt hem in het feit dat of Hamas nu een perverse strijd voert of niet, de bal niet in hun kamp ligt, ze niet bij machte zijn een uitweg uit dit conflict te creëren. Ze zouden zich natuurlijk een pak constructiever kunnen opstellen en een onbevlekt moreel blazoen als troef kunnen uitspelen, maar zelfs indien ze dit zouden doen is het zeer onwaarschijnlijk dat Israël over de brug zou komen met substantiële toegevingen in vredesonderhandelingen. Dit is geen legitimering van de strategie van Hamas, maar we kunnen wel vaststellen dat na elke stoot die Israël de Palestijnse beweging toebracht dit nooit een stap richting vrede was, maar resulteerde in een radicalisering en een stijging van de politieke wil om zich tegen de politiek van Israël ten opzichte van de Palestijnen of tegen Israël zelf te verzetten. Om een huidig voorbeeld te geven: 70.000 mensen in Iran schreven zich in om zelfmoordaanslagen te plegen tegen Israël en vroegen hun regering om deze te organiseren. Hoe meer Israël zijn militaire machtspositie uitspeelt, hoe diffuser, moeilijker te vatten (letterlijk en figuurlijk) en ondergrondser het protest wordt. 

De sleutel ligt in het kamp van Israël zelf, de V.S. en in mindere mate Europa. Een onwil om van de militaire logica af te stappen die het verzet alleen maar ondergrondser maakt en radicaliseert is dus een onwil om een duurzame oplossing voor dit conflict te vinden. Een belangrijk obstakel hierbij is de zeer invloedrijke Israëlische lobby in de V.S. die erover waakt dat de V.S. zijn pro-Israëlische koers bewaart. Toen John Mearsheimer, een doorwinterde realist in het domein van de internationale betrekkingen en dus niet meteen een vredesduif, en Steve Walt in 2006 het artikel “The Israël Lobby and U.S. Policy” publiceerden, waarin ze stelden dat het niet langer in het belang van de V.S. was om het huidige Israël te steunen, veroorzaakte dit een golf van woede en protest in de Amerikaanse publieke opinie. Later maakte de Nederlandse vrijzinnige omroep een documentaire hierover waarin ex-regeringsadviseurs de auteurs gelijk gaven, maar zeiden dat het politieke zelfmoord is om in de V.S. van de pro-Israëlische koers af te wijken.  

Dit is de ware uitzichtloosheid van de situatie: de vaststelling dat diegenen die bij machte zijn het conflict in een vreedzamere richting te sturen geen stappen in deze richting zetten. Natuurlijk zeggen ze dat ze dat wel doen en dat het door de niet-constructieve houding van de andere partij genoodzaakt is hard op te treden. Maar dat is op zijn zachtst gezegd een kortzichtige houding. En dat is de kern van de zaak: de personen die zich op posities bevinden waarin ze over het gewicht beschikken om een oplossing te creëren voor dit conflict denken meer aan de korte termijn van de (her)verkiezing als de lange termijn van de duurzame oplossing van de vrede.

Comments die u achterlaat zullen naar de schrijver worden doorgemaild.

Monday 15 December 2008

De mens is geen idee, door D. Rovers

Onderstaande tekst is niet van mijn hand, maar is geschreven door Daan Rovers, hoodredactrice van Filosofie Magazine. Ze formuleert het probleem waar ik al jaren mee worstel, namelijk of ik 'de wereld moet gaan redden' of gewoon mijn ding moet blijven doen. De twijfel daarover (vroeger was ik er zeker van dat ik mijn leven in teken van de wereld redden moest zetten) is begonnen door mijn lerares Latijn, die aan ons vroeg wie de belangerijkste man was, Ceasar of 'de Romein uit de Koevoetstraat', iemand die altijd hard gewerkt had, zijn vrouw had lief gehad met alles wat hij in zich had en zijn kinderen alle voorwaarden voor een mooie toekomst had meegegeven. Ik zal nu D. Rovers aan het woord laten, want ze formuleert het beter dan ik het zou kunnen doen:


"Als in een stad in Algerije de pest uitbreekt, raakt deze volkomen geïsoleerd van de buitenwereld. De inwoners proberen te overleven zonder enig contact met de buitenwereld en er is geen mogelijkheid om te ontsnappen

Onder hen bevindt zich een journalist, Rambert. Per toeval in de stad beland. Hij zwengelt overal de discussie een beetje aan. Hij is nogal cynisch en neemt hulpverleners kwalijk dat ze, in hun idealisme, bereid zijn te sterven om de mensheid te redden. In een geprek met de dorpsdokter, Bernard Rieux, wordt hij er dan op gewezen dat de mens geen idee is.

’De mens is geen idee, Rambert’. Een zin uit De Pest van Abert Camus. Natuurlijk is een mens geen idee – er bestaan alleen concrete individuen. De boodschap is eenvoudig of zelfs triviaal, maar toch draagt het in mijn ogen een van de belangrijkste inzichten die je als mens kunt hebben.

Een voorbeeld uit de tijd van Camus is het communisme. Camus vond het belachelijk dat een ’idee over de goede samenleving’ bovengeschikt werd gesteld aan echte mensen. Tegen die achtergrond staat de zin uit De Pest. Ideeën of idealen kunnen gevaarlijk zijn. Iemand die zich blindstaart op een ideaal, is bereid individuele mensen te offeren. Maar er gaat niets boven het individu, aldus Camus.

Camus leefde in de tijd van Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir en was, net als zij, filosoof en existentialist. Het existentialisme gaat uit van de gedachte dat mensen vrij zijn. Je kunt je niet verschuilen achter je afkomst, je religie, je cultuur. Je moet zelf zin geven aan je leven en aan de rol die je daarin speelt door keuzes te maken. Niemand zegt nog hoe je moet leven – geen priester, arts of leraar.

Je moet het helemaal zelf doen. Mensen zijn veroordeeld tot vrijheid. En omdat mensen vrij zijn, dragen ze zelf de verantwoordelijk voor die keuzes.

Voordat ik filosofie ging studeren, heb ik een studie medicijnen gedaan. Misschien heb ik daar het ’mislukte hulpverlenerssyndroom’ opgelopen. Ik wilde de wereld beter en rechtvaardiger maken – de mensheid redden, naar Afrika gaan. Maar uiteindelijk ging ik liever filosofie studeren en daar voelde ik me dan weer schuldig over.

Ik heb er nog wel eens last van, dat moeder Teresa-gevoel. Ik noem dat ’moraalkolieken’: een plotselinge aandrang om iets groots en belangrijks voor de mensheid te betekenen. Onzin natuurlijk, want wie de mensheid aanspreekt, krijgt geen antwoord.

Je kunt maar voor een beperkt aantal concrete mensen iets betekenen, of die nu hier wonen of in Afrika, en de rest is hoogmoed, ijdelheid. Je moet je natuurlijk wel betrokken tonen bij de rest van de wereld in financieel en politiek opzicht, maar daarvoor hoef je niet zelf dekens uit te gaan delen in oorlogsgebied.

Dat geruststellende idee een weldoener te zijn, is een vorm van kwade trouw: een manier om de verantwoordelijkheid voor je eigen bestaan te ontvluchten.

’De mensheid’ is niets meer dan een idee. Mensen zijn meer dan dat. Door te erkennen dat je zelf een van hen bent en daar de verantwoordelijkheid voor neemt, betrek je je direct op de wereld. Mens zijn is hoe dan ook, waar dan ook, een opdracht.

Het is niet vanzelfsprekend. Het leven bestaat uit keuzes maken en als je daar de verantwoordelijkheid voor neemt, neem je je bestaan op je. Niet makkelijk, want in plaats van weidse gebaren naar buiten maken, kun je dan niet anders meer dan de hand in eigen boezem steken.
De basis van de ethiek is, volgens mij, zelfkennis.

Filosofie kan helpen om patronen in je eigen gedrag te leren herkennen en je te trainen in kritisch denken. Het kan geen kwaad als Nederlanders zichzelf in dat laatste wat meer zouden oefenen, daarom is het goed dat er zoiets is als de Maand van de Filosofie.

Het brengt filosofie meer onder de aandacht. Filosofie begint met een kritische houding naar jezelf. Dat helpt je om de juiste morele houding ten opzichte van de wereld om je heen te ontwikkelen. Die houding bepaalt hoe je leeft, wie je bent en wie je voor anderen bent.

Als hoofdredacteur van Filosofie Magazine heb ik niet het doel om mensen te redden. Ik heb gewoon een baan die ik leuk vind. Ik probeer lezers wel iets moois te geven. Iets waardevols. Iets waar ze zelf iets mee kunnen. Omdat ze mens zijn, of dat willen worden.”

(origniele tekst hier te vinden)

Tuesday 25 November 2008

Een staaltje welsprekenheid, u gegeven door 'straks'

Omdat ik het jammer vind dat de kunst van de welsprekendheid aan het uitsterven is, hierbij het antwoord dat ik kreeg via irc (het msn der nerds) op de vraag waarom een waarde vriend de naam 'straks' als nicknaam droeg:

Hier komt een verhaal van ongelofelijke verbeelding in een wereld vol fantasie en prachtige schepsels. We spreken december 94. Mijn prachtige hond, een wonderbaarlijke labrador, zo zwart als de poolnacht en zo levendig als een vlinder in de lente, liet het leven. De leegte in onzer harten werd echter snel gevuld met een nieuwe pup, een golden retriever, zo schitterend en schattig dat zelfs de hardste seriemoordenaar zou vertederd zijn. Maar een naam bedenken voor dit godsgeschenk was een moeilijke queeste die ons veel tijd koste en gezien de andere queestes des leven zijn weg maar traag vervolgde. Waardoor wij genoodzaakt waren een pijnlijke uitspraak te doen, die later bleek een ingenieus geniale ingeving te zijn. Deze uitspraak ging als volgt: "We geven je straks een naam", de pup was zo gelukkig en enthousiast over zulke gulden woorden dat we besloten om de queeste op deze wonderbaarlijke wijze af te sluiten. Een andere queeste die zich had ingezet in het leven van deze jonge man, was het exploreren der internet, de grote nieuwe virtuele wereld die wel oneindig scheen te zijn. Wat hem echter zeer snel duidelijk werd, was dat het noodzakelijk was zichzelf onder een andere naam gekend te maken in deze nieuwe wereld, teneinde de gevaren en vooral vijandige monsters die zich hierin bevonden, op afstand te kunnen houden. En zo geniaal de jongeman was, kwam hij al snel tot het besluit dat de originele en wel zeer welklinkende naam van zijn trouwe viervoeter, een mooie keuze was. Het enige gevaar dat die keuze met zich meebracht, was dat de gevaarlijke monsters uit de virtuele wereld zich zouden focussen op deze trouwe viervoeter. Maar het bleek al zeer snel dat die viervoeter blijkbaar een wonderkind was, hij was immuun voor alles wat met de virtuele wereld te maken had. Iedereen weze dus zeer joyieus en gelukkig voor dit prachtige en gelukkige einde.